Interview met Rodney de Haas

Interview met Rodney de Haas

Je werkt inmiddels tien jaar samen met SYNDLE. Weet je nog hoe die samenwerking is begonnen?
Ja, dat weet ik nog, al is het natuurlijk al een tijd geleden. Zoals ik het me herinner, begon het allemaal met een aanbesteding in de regio Den Haag. Een aantal ziekenhuizen was op zoek naar een nieuwe voedingspartner. Eén van die ziekenhuizen was het Groene Hart Ziekenhuis (GHZ)daar ontmoette ik John Hokkeling – namens het ziekenhuis betrokken bij het traject.

Dat was mijn eerste echte contact met wat later SYNDLE zou worden. Toen nog een samenwerking tussen GUEST en Hospitality Factory. Vanaf dat moment begon er iets moois: GHZ werd vertegenwoordigd door Marcel Loot, die een duidelijke ambitie had om de patiënt volledig centraal te stellen rondom de eetmomenten.

Daarnaast speelde er meer. Het ziekenhuis kampte met een verouderde keuken en een concept dat vooral logistiek was ingericht, in plaats van patiëntgericht. Alles kwam daar samen: de behoefte aan vernieuwing, de wens tot samenwerking en de klik tussen de betrokken partijen.

Dat werd het begin van een hechte samenwerking tussen drie partijen: het ziekenhuis, SYNDLE en Van Hoeckel. Het voelde goed het vertrouwen was er vanaf het begin.


Wat betekent een goed voedingsconcept voor jou?
Een voedingsconcept – of maaltijdconcept – draait voor mij om veel meer dan alleen eten en drinken. Het gaat over de totale beleving van voeding tijdens een ziekenhuisopname, 24 uur per dag.

Een goed concept sluit aan op zowel de medische behoeften van de patiënt als hun persoonlijke voorkeuren en culturele achtergrond. Het moet bijdragen aan herstel, ondervoeding helpen voorkomen en het verblijf in het ziekenhuis veraangenamen – én verkorten.

Maar het draait ook om efficiëntie. Een goed concept is een geoliede machine: van inkoop en bereiding tot distributie, presentatie en terugkoppeling. Zonder onnodige verspilling en met oog voor duurzaamheid. Als al die elementen kloppen, dan spreek je van een geslaagd voedingsconcept.


Hoe zie je de rol van SYNDLE daarin?
SYNDLE vervult wat mij betreft de rol van regisseur. Ze bewegen tussen de betrokken partijen – ziekenhuis, leverancier, cateraar – en brengen kennis, visie en ervaring mee. Ze tasten belangen af, begeleiden het proces en zorgen dat er een gedragen plan ontstaat.

Het mooie is dat ze niet alleen de strategische lijn uitzetten, maar ook zorgen dat het concept tot op de vloer werkt. Ze brengen visie, maar ook praktijk. Die combinatie maakt ze sterk.


Wat voegt SYNDLE toe aan samenwerkingstrajecten?
Naast goed projectmanagement zijn ze vooral ook een inhoudelijke sparringpartner. Ze verbinden verschillende werelden: de zorg, de facilitaire kant én de commerciële kant.

Ze schuiven individuele belangen tijdelijk aan de kant en richten zich op de gezamenlijke ambitie. SYNDLE is sterk in het ontwikkelen van businesscases, financiële modellen én in het trainen van medewerkers. Van concept tot realisatie: daar zit hun toegevoegde waarde.


Kun je een project noemen waar je bijzonder trots op bent?
Ja, naast het traject bij het Groene Hart Ziekenhuis ben ik ook bijzonder trots op het project bij Medisch Centrum Leeuwarden (MCL).

Dat was een complexe samenwerking, met vier partijen uit verschillende regio’s: het Friese ziekenhuis, een lokale producent van ready to serve maaltijden SYNDLE uit Amersfoort en een landelijk werkende leverancier. Allemaal met hun eigen cultuur en werkwijze.

De lat lag hoog. Het doel: een ‘on-demand’ maaltijdconcept dat aansluit op de individuele behoefte van de patiënt – vers bereid, met minimale verspilling binnen een haalbare businesscase. Medewerkers die vroeger alleen een plateau neerzetten, kregen nu een actieve rol in het verleiden van de patiënt met het juiste aanbod.

Dat was écht maatwerk. En het werkt nog steeds – veel elementen uit dat concept zie je vandaag de dag nog terug bij MCL.


Je bent overgestapt van Van Hoeckel in Nederland naar Java Foodservice in België. Wat viel je op in die overgang?
De verschillen zijn opvallend. In Nederland is men veel verder in de ontwikkeling van patiëntgerichte voedingsconcepten. Daar wordt voeding gezien als onderdeel van het zorgproces. In België is het meer productiegericht: efficiëntie staat voorop en er wordt ook vaker nog vers gekookt.

Ook het aanbestedingsklimaat verschilt. In België zijn zorginstellingen verplicht elke 2 tot 4 jaar opnieuw aan te besteden. Dat maakt het lastig om langdurige samenwerkingen op te bouwen, zoals we die in Nederland kennen.

Daarnaast zie je in België minder vrijwilligers en mantelzorgers in de zorg. Dat vind ik opvallend. In Nederland zijn die onmisbaar geworden. Waar dat verschil precies vandaan komt, weet ik nog niet.


Zijn er ook overeenkomsten tussen België en Nederland?
Zeker. In beide landen is de betrokkenheid bij de patiënt groot. Ook zie je overal de wens om lokaal in te kopen – al wordt dat in België met meer leveranciers gedaan en in Nederland vaak efficiënter gecentraliseerd.

Ook de zoektocht naar oplossingen met beperkte middelen is universeel. De personeelskrapte speelt overal. De wens om beter en slimmer met voeding om te gaan leeft ook in België sterk.


Waar liggen volgens jou de grootste uitdagingen of kansen op het gebied van voedingsconcepten de komende jaren?
Ik ben nu zo’n twee jaar actief in België. Tot eind vorig jaar waren we een meer generalistische foodservice leverancier, maar inmiddels richten we ons specifiek op de health- en public-markt. En daarin zien we duidelijke bewegingen en kansen ontstaan.

Een belangrijke ontwikkeling speelt zich af binnen woongroepen en leefgroepen. Er komt steeds meer aandacht voor autonomie en eigen regie van bewoners. Die omslag vraagt iets van het zorgpersoneel, maar ook van de manier waarop voeding georganiseerd wordt. De centrale keuken maakt steeds vaker plaats voor een meer decentrale aanpak. Wat in Nederland al zo’n 10 tot 12 jaar geleden begon, begint nu ook in België zichtbaar te worden.

Binnen ziekenhuizen zien we een toenemende focus op duurzaamheid. En dat gaat verder dan alleen het verminderen van voedselverspilling of de eiwittransitie. Denk aan inkoop van biologische producten, herkomstgerichte sourcing – dus echt van de bron inkopen – en aandacht voor eiwitinname in het kader van herstel. Ook het inzetten van verantwoorde tussendoortjes en een gebalanceerd menuplan hoort daarbij.

Het zijn onderwerpen waar Nederlandse ziekenhuizen op dit moment al behoorlijk ver mee zijn. In België is het wat complexer. De verandering gaat vaak trager, omdat men sterk vasthoudt aan wat vertrouwd is en over het algemeen risico’s liever vermijdt. Toch komt ook hier het idee van on-demand bestellen en moderne voedingsconcepten steeds vaker op tafel.

Er liggen dus zeker kansen, maar het vraagt wel om een andere benadering, veel geduld en vooral maatwerk afgestemd op de lokale context.


Wat zijn sterke punten van SYNDLE als partner?
De kracht van SYNDLE zit in hun brede expertise en hun vermogen om op alle niveaus binnen een organisatie te schakelen – van de bestuurskamer tot op de werkvloer.

Ze spreken de taal van de zorg. En ze weten die te vertalen naar concrete, werkbare concepten die bijdragen aan betere zorg én tevreden patiënten. Dat maakt ze voor mij een unieke partner.


Hoe kijk je terug op de samenwerking met SYNDLE?
De samenwerking met SYNDLE kent – zoals elke langdurige relatie – golfbewegingen. Maar we zijn altijd blijven bouwen.

Er is ruimte geweest voor autonomie, maar ook voor versterking. En misschien wel het belangrijkste: we durven elkaar aan te spreken. Kritisch zijn, maar met respect. Niet elke kans pakken, maar kijken waar je echt samen waarde kunt toevoegen.

De relatie in Nederland is de afgelopen jaren onderhouden door mijn collega’s, maar we zetten inmiddels ook de eerste stappen in België. Ik zie daar zeker kansen voor SYNDLE – de behoefte aan kennispartners die verder kijken dan alleen leveren, groeit.


Als je onze samenwerking in één zin zou moeten omschrijven, welke zou dat dan zijn?
Een krachtige synergie waarin vertrouwen, visie, vakmanschap samenkomen in een sterk partnership.